Close-up van handen die iets zacht vasthouden als symbool voor zorg, dragen en verbondenheid.
Er was een tijd dat het woord codependentie bij mij iets opriep wat ik moeilijk kon plaatsen.
Het voelde zwaar.
Alsof het iets zei over zwakte, afhankelijkheid of jezelf verliezen.
En eerlijk gezegd was het een woord dat voor mij lang ongemakkelijk voelde, iets waar ik mezelf niet in wilde herkennen.
Misschien herken je dat.
Want wanneer je denkt aan codependentie, zie je vaak een beeld dat niet past bij hoe jij jezelf ervaart.
Je bent sterk.
Je kunt veel dragen.
Je bent er voor anderen.
Je voelt veel, ziet veel en neemt verantwoordelijkheid.
Dat voelt niet als codependentie. Codependent gedrag verwijst naar een patroon waarbij iemand sterk afgestemd raakt op de behoeften van anderen, terwijl eigen grenzen en behoeften naar de achtergrond verdwijnen.
En toch…
Veel sterke, invoelende vrouwen herkennen zich niet in het label codependent.
Juist omdat ze zichzelf ervaren als zelfstandig, krachtig en zorgend.
Maar het woord zegt weinig over wie je bent als persoon.
Het kan wel iets zichtbaar maken over gedrag dat zich in relaties afspeelt.
Niet codependent zijn, maar codependent gedrag.
Gedrag dat vaak voortkomt uit zorg, invoelendheid en loyaliteit.
In mijn eerdere artikel over de signalen van codependent gedrag ga ik uitgebreider in op hoe dit zich concreet laat zien in relaties.
Codependent gedrag ontstaat zelden vanuit zwakte.
Het ontstaat vanuit kracht.
De kracht om te dragen.
De kracht om af te stemmen.
De kracht om er te zijn voor een ander, soms nog voordat die ander daarom vraagt.
En precies die kracht kan ook een patroon worden.
Een patroon waarin je voelt wat de ander nodig heeft, maar minder wat jij nodig hebt.
Waarin verantwoordelijkheid vanzelfsprekend voelt.
Waarin ruimte innemen ingewikkelder is dan ruimte geven.
Niet omdat je dat bewust kiest,
maar omdat het ooit logisch was.
Vaak hangt dit samen met de rol die je al vroeg binnen je gezin hebt aangenomen. Daarover schreef ik meer in de rol die je als kind aannam en waarom je die vandaag nog draagt.
Wanneer we kijken naar codependent gedrag, zien we vaak ook een systemische laag.
Families waarin dragen normaal was.
Omstandigheden waarin aanpassen veiligheid bracht.
Loyaliteiten die niet uitgesproken werden, maar wel voelbaar waren.
Gedrag ontstaat in relatie.
In context.
In geschiedenis.
Soms dragen we niet alleen wat van ons is, maar ook wat ooit nodig was in een groter geheel.
Dat maakt codependent gedrag begrijpelijker.
Menselijker.
En zachter om naar te kijken.
Wanneer je dieper kijkt naar deze systemische laag, kom je vaak uit bij wat we transgenerationele patronen noemen. In mijn artikel over transgenerationeel trauma en familiepatronen leg ik uit hoe dit generaties lang kan doorwerken.
Wanneer het oordeel wegvalt, kan er iets anders ontstaan.
Nieuwsgierigheid.
Misschien gaat het niet over fout gedrag,
maar over ooit helpend gedrag dat nog steeds actief is.
Misschien gaat het niet over afhankelijkheid,
maar over verbondenheid die weinig bedding heeft gekregen.
Misschien gaat het niet over zwakte,
maar over een vorm van kracht die zichzelf nog mag ontmoeten.
Misschien is het niet nodig om jezelf te herkennen in een label.
Misschien is het voldoende om je patronen op te merken.
Waar draag jij vanzelf?
Waar stem jij je af?
Waar voelt verantwoordelijkheid vanzelfsprekend?
En misschien nog een laag dieper:
Van wie heb je dat geleerd?
Wie droeg er voor jou?
En wie droeg er misschien te veel?
Je hoeft daar geen antwoord op te hebben.
Misschien is het opmerken al genoeg.
De afgelopen tijd merkte ik hoe waardevol het kan zijn om dit niet alleen te lezen of te begrijpen, maar ook samen te onderzoeken.
In ontmoeting.
In herkenning.
In een ruimte waar dragen even niet hoeft.
Daarom voel ik dat ik opnieuw vorm wil geven aan een kleine, vaste groep vrouwen rond dit thema.
Nog in wording, je hoort er snel meer over.